Pedagogisch Beleid Flowerkids locaties Leiden

In ons pedagogisch beleid zetten wij het kind centraal. Het is belangrijk dat de kinderen zich in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen, zowel individueel als samen met andere kinderen. Met onze professionele kinderopvang leveren wij een bijdrage aan de opvoeding en zelfredzaamheid van de kinderen als goede voorbereiding op de toekomst. Alle kinderdagverblijven van Flowerkids werken volgens hetzelfde beleid. Natuurlijk zijn er onderlinge verschillen, maar er wordt wel gewerkt op basis van dezelfde uitgangspunten en procedures. Dat geeft ouders en kinderen de zekerheid dat alle Flowerkids kinderdagverblijven op dezelfde deskundige wijze werken. Hieronder hebben wij verschillende werkwijzen beschreven. Ons volledig pedagogisch beleid kan worden opgevraagd bij de hoofdbegeleid(ster) van de betreffende locatie.

Basisdoelen

Van 1998 tot 2001 was Marianne Riksen-Walraven de eerste hoogleraar Pedagogiek voor de kinderopvang. Het opvoeden van kinderen in de kinderopvang staat vanaf die tijd officieel bekend, naast het gezin en school, als een erkende leefomgeving voor het kind. Opvoeders in deze drie leefomgevingen hebben in principe hetzelfde doel voor ogen: kinderen de kans geven om zich te ontwikkelen tot personen die goed functioneren in de samenleving.

Ieder draagt daar op zijn eigen manier aan bij, afhankelijk van de ontwikkelingsfase van de kinderen en de mogelijkheden die de leefomgeving biedt. Daarom heeft Riksen-Walraven gemeenschappelijke basisdoelen geformuleerd voor de opvoeding in de kinderopvang aan de hand van de vraag wat kinderen in de eerste levensjaren nodig hebben voor hun welzijn en ontwikkeling. Deze basisdoelen zijn al sinds 2005 opgenomen in de wet- en regelgeving voor de kinderopvang.
Voor uitgebreidere definities van de opvoedingsdoelen, verwijzen wij naar de beschrijvingen van Riksen-Walraven op pagina 103 en 104 in het boek ‘De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang’ (2004).

Kinderen krijgen bij Flowerkids de verzorging en aandacht die ze nodig hebben, er worden activiteiten aangeboden en er wordt bijgedragen aan de opvoeding. Hierbij staan de vier opvoedingsdoelen centraal die in de Wet Kinderopvang vastgesteld zijn, te weten:
• Het bieden van emotionele veiligheid
• Het bevorderen van de sociale competentie
• Het bevorderen van de persoonlijke competentie
• De overdracht van normen en waarden (bevorderen van de morele competentie)

Sinds 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en een deel van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) in werking. Het gaat om Wijzigingswetten.

Emotionele veiligheid

Om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, moet een kind zich emotioneel veilig voelen. Veilig in de zin van zich gehoord en gezien voelen en het gevoel hebben dat je jezelf mag zijn. Wanneer deze basis aanwezig is, kan een kind zich ook op de andere ontwikkelingsgebieden ontwikkelen. Het bieden van emotionele veiligheid aan de kinderen is dus van primair belang. Pedagogisch medewerkers gaan respectvol en liefdevol om met het kind en scheppen de voorwaarden waarin ieder kind zichzelf durft te zijn en zich kan ontwikkelen in zijn eigen tempo. Pedagogisch medewerkers zijn consequent, bewaken de rust en veiligheid en het kind kan zich veilig concentreren op zijn spel. Het kind krijgt onvoorwaardelijk de steun en aandacht en het kind krijgt altijd van de pedagogisch medewerker(s) wat ze nodig hebben; niet altijd wat ze willen. Een warme vertrouwde relatie tussen kind en pedagogisch medewerker is van essentieel belang. Een kind weet dan dat er goed voor hem of haar wordt gezorgd en wordt gerespecteerd. Een vertrouwde beroepskracht is daarom van belang, in het speciaal voor baby’s omdat zij zich nog geen representatieve voorstelling kunnen maken dat hun ouder weer terugkomt. De pedagogisch medewerker neemt de rol van hechtingsfiguur over. Zo kan het kind een band met hen aangaan en krijgt het de gelegenheid om zich te hechten. Voor jonge kinderen is de wereld onvoorspelbaar. Structuur en regelmaat is daarom erg belangrijk. Op deze manier leert een kind binnen welke grenzen hij of zij zich kan bewegen en kan het zich emotioneel veilig voelen.

Emotionele veiligheid bij het vieren van feesten

Bij Flowerkids wordt er aandacht besteed aan feestdagen en verjaardagen van kinderen (en hun familie). Zo vieren wij elk jaar Pasen, Halloween, Sinterklaas, Kerst en de jaarwisseling. We gaan hier niet in op de religieuze aspecten van het feest maar zien dit als een kans voor de kinderen om kennis te maken met belangrijke vieringen in onze maatschappij. We besteden hiernaast ook aandacht aan tradities uit andere culturen. Onze maatschappij is divers en dus ook onze locaties. Wij zien het als een mooi moment om kinderen meer te leren over verschillende thuissituaties waarbij de gezinssamenstellingen, gebruiken, tradities en gewoontes van iedereen er mogen zijn. Niet iedereen zal de feestdagen hetzelfde vieren en het is leerzaam en ook leuk voor de kinderen om te vertellen hoe zij thuis iets vieren. De feestdagen zijn gezellig en leuk, maar kunnen ook voor veel onrust zorgen. Voor kinderen kan een feestviering heel intenst zijn. Daarom is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers zoveel mogelijk de rust kunnen bewaren op de groep. Activiteiten kunnen worden aangepast naar de leeftijd van de kinderen. Zo kan het voor kinderen van 0-4 jaar beangstigend zijn als Sinterklaas en zijn pieten op de groep verschijnen, terwijl dat voor de BSO-leeftijd minder aan de orde is. Bij beiden groepen is het belangrijk dat de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd.
Om de veiligheid van alle kinderen te kunnen waarborgen worden de feestdagen gevierd op de groepen met kinderen van 0-4 jaar door versieringen op te hangen, liedjes te zingen en activiteiten te organiseren waarbij er rekening wordt gehouden met de leeftijd van het kind. Activiteiten waarbij personen in kostuum op de groep komen zorgt voor onrust en kunnen voor jonge kinderen onveilig voelen.

Vanaf de BSO-leeftijd is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers rekening houden met het verschil in leeftijd van de BSO-kinderen en dat het voor sommige kinderen veel spannender is dan bijvoorbeeld voor oudere kinderen. Tijdens de feestdagen werken wij met een thema zodat de kinderen bewust meekrijgen wat er wordt gevierd.

Het bevorderen van de sociale competenties

Een kinderdagverblijf biedt een optimale gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale competenties. Al heel jong hebben kinderen een sociaal leven. Kinderen leren om samen te spelen en te leven met andere kinderen. Het ontwikkelen van sociale competenties is belangrijk voor het zelfvertrouwen van een kind en het kunnen samenwerken met anderen. Ook leren ze spelenderwijs morele regels te begrijpen. Deze competenties zijn belangrijk voor het ontwikkelen van vriendschappen en het verkrijgen van inzicht in sociale gevolgen. Pedagogisch medewerksters sluiten aan bij de ontwikkeling van het individuele kind. Gedurende de hele dag doen zich situaties voor waarin kinderen samen spelen, samen delen en samen conflicten proberen op te lossen. De pedagogisch medewerkers zullen de kinderen hier zoveel mogelijk in begeleiden.

Ontwikkelen van de persoonlijke competenties

De persoonlijke competenties hebben we opgedeeld in de cognitieve -, taal -, emotionele en motorische ontwikkeling.

Cognitieve vaardigheden

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden spelmateriaal en activiteiten aangeboden waardoor zij worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden. Wij vinden het belangrijk om kinderen spelenderwijs de mogelijkheid te bieden zelf hun omgeving te exploreren en de mogelijkheden van diverse materialen te ontdekken. Hierdoor kunnen kinderen steeds zelfstandiger functioneren in een veranderende omgeving. De pedagogisch medewerkers sluiten aan bij wat het kind al kan. Van daaruit proberen we het kind steeds wat uit te dagen, maar blijven we gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen van het kind.

Taalvaardigheden

De hele dag communiceren pedagogisch medewerkers met de kinderen, zowel verbaal als non-verbaal. Pedagogisch medewerkers gebruiken taal op verschillende momenten en met verschillende functies. Soms is de taal puur functioneel en op een ander moment kan taal worden ingezet vanuit een sociaal oogpunt: gewoon gezellig kletsen met een kind om samen contact en/of plezier te hebben. Door liedjes te zingen, een verhaal voor te lezen of het benoemen wat een kind ziet, doet of hoort ontdekt het kind gaandeweg de taal. Taalontwikkeling is gekoppeld aan de ervaringen en waarnemingen van het kind en hoe wij daar als volwassenen op reageren.

Voor de taalontwikkeling van kinderen zijn interacties met pedagogisch medewerkers belangrijk. Bepalend zijn de (non-)verbalen taalvaardigheden van de beroepskracht. Een groot gedeelte van de vaste pedagogisch medewerkers hebben de scholing ‘Oog voor Interactie’ gevolgd. De nadruk ligt op beter leren kijken naar kinderen en van daaruit aan de slag te gaan met de zes interactie vaardigheden. Om de taalontwikkeling van kinderen te ondersteunen wordt de taal-eis voor de spreekvaardigheid van beroepskrachten verhoogd. Een pedagogisch medewerker moet op uiterlijk 1 januari 2023 beschikken over een certificaat of diploma waaruit blijkt dat hij de mondelinge Nederlandse taalvaardigheid op ten minste niveau 3F of B2 beheerst. In 2010 heeft de Nederlandse regering verschillende taalniveaus laten beschrijven door de Commissie Meijerink. Dit zijn de zogenoemde ‘referentieniveaus’, variërend van 1F t/m 4F. Het 3F- niveau staat voor professioneel taalgebruik.

Emotionele vaardigheden

Wij vinden het belangrijk dat het kind zijn emoties kan uiten. Daarom proberen we op de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en geborgenheid en leren de kinderen respect te hebben voor elkaars gevoelens. Door erover te praten proberen we de emotie van het kind een plek te geven. De pedagogisch medewerker leert een kind manieren aan om emoties zo te uiten en reguleren, zodat ze niet overweldigd zijn. De oudere kinderen worden gestimuleerd hun emoties te verwoorden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door verder te vragen om erachter te komen waarom een kind boos of verdrietig is. Daarna wordt samen gezocht naar een oplossing. Soms zal het kind het willen uitpraten, een andere keer wil het gewoon zijn boosheid uiten, even alleen zijn of heeft hij of zij behoefte aan persoonlijke aandacht. Ons uitgangspunt hierbij is dat we per moment en per kind bekijken hoe we op een goede wijze op de emoties van het kind kunnen reageren.

Motorische ontwikkeling

Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt het kind zich zeer snel en is de motorische ontwikkeling van maand tot maand te volgen. Het kind beschikt nog vrijwel uitsluitend over een grove motoriek. De pedagogisch medewerker stimuleert de grove motorische ontwikkeling met name door het aanbod van divers, op het kind afgestemd spelmateriaal. Ook wordt tijdens het buitenspelen, bij sportactiviteiten of in zang- en dansspelletjes aandacht besteed aan de grove motoriek. Een kind wordt bijvoorbeeld gestimuleerd in de volgende activiteiten: kruipen, zwaaien, gaan staan, lopen, springen, rennen, hinkelen, gooien en vangen. Daarbij wordt goed naar de interesse van het kind gekeken en wordt ingespeeld op het ontwikkelingsniveau van het kind. De fijne motoriek bestaat uit kleine bewegingen die het kind met de handen en vingers maakt. Deze wordt gestimuleerd door met het kind te knutselen, tekenen, puzzelen, in de tuin te werken of bijvoorbeeld te bouwen met constructiemateriaal. Verder stimuleert de pedagogisch medewerker de kinderen steeds meer zelf te proberen. Zoals zelf de sokken uit te trekken, zelf het brood te smeren of zelf de bolderkar in te klimmen. Hierbij wordt goed gekeken naar het ontwikkelingsniveau en de interesse van het kind.

Overdracht van normen en waarden (bevorderen van de morele competenties)

Wij stimuleren kinderen om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. Wij vinden het ten eerste belangrijk om zelf als pedagogisch medewerker het goede voorbeeld te geven. Kinderen leren op jonge leeftijd vooral door het in zich opnemen van wat er in de wereld om hen heen gebeurt. Pedagogisch medewerkers zijn zich erg bewust van hun voorbeeldfunctie, naast dat ze letten op hun tafelmanieren of omgangsvormen, staat voorop het kind en collega’s te behandelen zoals je zelf ook het liefst behandeld zou willen worden.
Normen en waarden die wij belangrijk vinden zijn onder andere:
• Duidelijk en consequent zijn in de huisregels
• Eerlijk zijn
• Empathisch vermogen (inlevingsvermogen in anderen)
• Op je beurt wachten
• Delen en samenspelen
• Duidelijk uitleggen waarom iets niet mag en hoe het wel zou kunnen
• De kinderen leren dat fouten maken mag
• De ruimte geven om een eigen waardeoordeel te vellen
• Kleine taakjes uitvoeren en meehelpen met opruimen
• Het gedrag aanspreken en niet de persoon
• Kinderen de mogelijkheid bieden om in contact te komen met andere culturen, geloofsovertuigingen en leefwijzen

Omgaan met digitale media

In huishoudens van nu spelen media een steeds grotere rol. Bijna alle gezinnen met kinderen hebben een smartphone, computer en televisie en vaak ook een tablet. Naast huishoudens wordt ook op kinderdagverblijven steeds meer media gebruikt als ondersteuning en tool bij activiteiten en introducties van thema’s maar ook in andere vormen. Het is belangrijk om te noemen dat mediaopvoeding een aanvulling kan zijn voor kinderen wanneer pedagogisch medewerkers deze op de juiste manier toevoegen aan activiteiten. Bewustwording van het gebruik van media op de groep is een belangrijk aspect als het gaat om het bewaken en stimuleren van de veiligheid en ontwikkeling van kinderen. Of een app zelf een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen is nog onvoldoende bekend. Spelen, voldoende slapen en contact met anderen zijn voor jonge kinderen belangrijk in hun ontwikkeling. Onderzoekers raden het gebruik van media voor kinderen onder de 2 jaar af (Digidreumesen z.d.). Bij Flowerkids bieden wij voor kinderen van 0-2 jaar dus geen vorm van media aan.

Pas vanaf de leeftijd van twee jaar kunnen wij beperkt gebruik maken van media. Vanaf deze leeftijd geven experts aan dat het belangrijk is dat een volwassene, in dit geval de pedagogisch medewerker op de groep, het kind begeleidt in het mediagebruik (Digidreumesen z.d.). Onder begeleiding van een pedagogisch medewerker: de juiste media aanbieden passend bij de leeftijd van het kind, maar ook om samen te kijken en later het gesprek aan te gaan. Wat hebben we zojuist gezien? De pedagogisch medewerkers zullen de media tools interactief inzetten om de kinderen actief mee te laten doen met een activiteit om hun interesse en fantasie te blijven prikkelen.

Door media in te zetten, kunnen pedagogisch medewerkers:
- Thema’s verdiepen en het spel van kinderen verrijken.
- Een wereld naar binnen halen waar kinderen normaalgesproken niet zomaar mee in aanraking komen. Denk aan beren en tijgers, maar ook zoiets simpels als de zee.
- Om de wereld voor kinderen net iets groter te maken.

BSO
Onder de 8 jaar is zelfstandig mediagebruik bij Flowerkids niet aan de orde. In deze leeftijdscategorie is mediagebruik een groepsactiviteit. Het advies voor schermtijd van kinderen rond de 8 jaar is 1 uur per dag (kliksafe, 2020). De kans is groot dat kinderen thuis al aan dit uur komen. Het is daarom belangrijk dat de kinderen voldoende activiteiten krijgen aangereikt of de mogelijkheid hebben om vrij te spelen. Pedagogisch medewerkers spelen een belangrijke rol in de bewustwording van het online gedrag. We leren de kinderen kritisch kijken naar content die ze online tegenkomen. We kijken mee en praten er na afloop over. Zo krijgen kinderen zelfvertrouwen, weten ze wat wel en niet kan en wanneer ze vragen moeten stellen. Kinderen vanaf 8 jaar ondertekenen met hun ouders een zelfstandigheidscontract. Dat is geen vrijbrief voor onbeperkt YouTube kijken, maar een stap naar mediawijsheid waar wij kinderen zorgvuldig bij begeleiden.

Dagindeling

Structuur wordt geboden door zoveel mogelijk een vaste dagindeling aan te houden, waarbij rekening wordt gehouden met het afwisselen van spel- en rustmomenten. De dagindeling biedt het kind duidelijkheid en houvast. De voorspelbaarheid van het steeds terugkerende patroon vergroot het gevoel van veiligheid, het kind weet waar het aan toe is. De verzorging van de baby’s is individueel.

Zij hebben een eigen ritme. Belangrijk is hierbij ook de informatie die ouders geven over eet-en slaapgewoontes van hun kind. Op de babygroep zijn continuïteit en veiligheid erg belangrijk.

Peutergroep De hieronder beschreven tijden zijn een richtlijn voor de structuur van de dag. In de praktijk kunnen tijden verschillen; het is vooral belangrijk om goed naar de kinderen te kijken. Wat hebben de kinderen nodig, waar zijn ze mee bezig.

Dit bepaalt de uiteindelijke dagindeling.

7.30-9.15 uur:
De kinderen worden gebracht ze worden begroet door de pedagogisch medewerker.
De groep is zo ingedeeld dat zij zelfstandig een activiteit kunnen kiezen.

9.15-9.45 uur:
Kring/tafel gesprek en liedjes zingen. Daarna eten we vers fruit en drinken we water.

9.45-10.15 uur:
Plassen / verschoonronde

10.30- 11.20 uur:
Aanbieden van een activiteit, binnen of buiten. Bij droog weer gaan de kinderen bij voorkeur naar buiten.

11.20-11.30 uur:
De kinderen gaan naar binnen, proberen zelf hun schoenen en jas uit  te doen.

11.30-12.30 uur:
Brood eten of de warme lunch maaltijd en melk of water drinken. Hier staat het huiselijke en de zelfstandigheid centraal.

12.30-13.00 uur:
Opruimen van de broodmaaltijd en weer een verschoon/plas ronde. De kinderen gaan naar bed. De medewerker die niet met pauze is, biedt kinderen die niet slapen activiteiten aan passend bij de concentratieboog van het kind.

15.00-15.45 uur:
De kinderen komen uit bed. Gezamenlijk drinkmoment met een cracker o.i.d. en we drinken lauwe thee of water.

15.45-16.45 uur:
Aanbieden van een activiteit, binnen of buiten.

16.45-17.00 uur:
Luiers verschonen en plassen op het toilet, vast wat opruimen/schoonmaken in onderling overleg.

17.00-18.30:
Gezamenlijk tafelmoment, de kinderen krijgen een gezonde snack als komkommer, tomaat, wortel of paprika. Kinderen worden vanaf 17.00  opgehaald, overdracht informatie aan ouders. Daarbij gaat de eerste collega waar mogelijk naar huis en worden baby-, dreumes- en peutergroep mogelijk samengevoegd.

Buitenschoolse opvang De kinderen worden opgehaald van school. Aangekomen bij de buitenschoolse opvang gaan de kinderen aan tafel, met een vaste groep kinderen en vaste pedagogisch medewerkers (de basisgroep). Hier worden de verhalen van de dag doorgenomen en kan er vers fruit gegeten worden en water worden gedronken. In de vakantieperiode geven we de kinderen zeer lichte aanmaaklimonade. Via deze structuur hopen wij mede bij te dragen aan een gezellig en huiselijk gevoel waarin ieder zich zelf kan zijn. De kinderen kiezen om 16:00 uur met hun basisgroep een activiteit bij het planbord, de pedagogisch medewerker helpt zijn eigen basisgroep hierbij. We vinden het belangrijk dat er op de BSO een ongedwongen, vrije sfeer is. Kinderen mogen daarom zelf invulling geven aan wat ze willen doen, met wie   Er zijn verschillende hoekjes ingericht waar de kinderen kunnen spelen of zich even kunnen terugtrekken (alleen of met een klein groepje kinderen. Bij Madelief hebben we diverse ruimtes zoals een dans/toneelzaal, bouwhoek, computerkamer, spelletjeskamer en een leeshoek.

Een activiteit kan een knutsel-opdracht zijn of een voorbereide activiteit, zoals koekjes bakken of sport- en spelactiviteiten in de gymzaal of op een sportveldje, maar het kind kan ook kiezen voor vrij spel. Het is ook een mogelijkheid dat de kinderen direct gaan sporten nadat zij uit school zijn gehaald. De sportactiviteiten worden uitgevoerd bij het nabijgelegen sportveld en we huren een sporthal af.

Kinderen staan centraal. Soms zit een begeleider met tien kinderen aan de tafel en een ander moment met vijf. Zelfstandigheid en het begeleiden in het zelfstandig keuzes maken liggen hier aan ten grondslag. Kinderen krijgen hierdoor de mogelijkheid hun eigen waarden en normen te gebruiken om hun talenten spelenderwijs te ontwikkelen. Rond 17.00 uur is iedereen weer terug op de BSO en gaat er een gezonde snack rond en krijgen de aangemelde kinderen een warme maaltijd. Vanaf 17.00 uur kunnen de kinderen die niet mee-eten worden opgehaald.

Kinderen staan centraal.
De ene keer zit een begeleider met tien kinderen aan de tafel en een ander moment met vijf. Zelfstandigheid en het begeleiden in het zelfstandig keuzes maken liggen hier aan ten grondslag. Kinderen krijgen hierdoor de mogelijkheid hun eigen waarden en normen te gebruiken om hun talenten spelenderwijs te ontwikkelen.
Zelfstandigheidscontract
We willen de zelfstandigheid stimuleren en ook de zelfredzaamheid van (oudere) schoolkinderen. Vanaf 7-jarige leeftijd kan een zelfstandigheidscontract worden afgesloten tussen het dagverblijf en de ouder(s)/verzorger(s). Er wordt goed gekeken naar waar het kind aan toe is. Jaarlijks worden deze afspraken herzien tijdens het oudergesprek. Ze mogen bijvoorbeeld zelf op een afgesproken tijd naar huis of naar de sportclub. Via het ouderprotaal kunnen ouders diverse toestemmingen geven.

Vakantieperiode
In de schoolvakantie kunnen de kinderen al vroeg worden gebracht. Om deze kinderen een leuke vakantie te bezorgen, bedenken de medewerkers een gevarieerd en uitdagende vakantieplanning! Zij bedenken de leukste uitjes en activiteiten voor iedere leeftijd! Denk bijvoorbeeld aan een bezoek aan Avifauna, Sciencecenter in Delft, het circus, een binnen speeltuin, de bioscoop, het strand, een bos of ze gaan lasergamen..

Gezond eten

Op het dagverblijf verstrekken we alle voeding die een kind nodig heeft. Wij houden het voedingscentrum aan als leidraad. We bieden een gevarieerd eetpatroon gedurende de dag. Zo krijgen de kinderen vers fruit, een broodmaaltijd met beleg zoals plakjes kipfilet, ei of ham. De tussendoortjes bestaan uit yoghurt, volkoren crackers of snijkoek en gedroogd fruit. Daarnaast maken we om 17.00 uur een gezonde snack met onder andere komkommer, tomaat, wortelen paprika.
Wij bieden reguliere verzorging en voeding aan. (Luiers, slaapzak, zuigelingenvoeding Nutrilon 1 en 2, overig eten en drinken (zie voedingsbeleid). Speciale voeding of verzorging in verband met bijvoorbeeld allergieën dient de ouder zelf mee te nemen naar het dagverblijf en wordt niet door ons vergoed.
Als u kiest voor borstvoeding, kunt u de afgekolfde moedermelk op de groep in de koelkast zetten, deze moet voorzien zijn van een naamsticker. De afgekolfde moedermelk moet tijdens het vervoer naar het dagverblijf koel gehouden worden. Reserve borstvoeding kan voorzien van naam en datum ingevroren worden in de vriezer.

We gaan ervan uit dat de kinderen ontbeten hebben voordat zij naar het dagverblijf komen.

Allergieen
Wij houden rekening met allergieën van kinderen. Er is ook ruimte om individuele afspraken te maken wanneer het noodzakelijk is om af te wijken van het voedingsbeleid, bijvoorbeeld bij een dieet of een bepaalde (geloofs)overtuiging. Dit kunt u aangeven in de ouderapp.

Traktaties en feestjes
Een verjaardag betekent feest en bij zo’n verjaardag komt vaak een traktatie kijken. Dit kan ook een kleine, goedkope niet-eetbare traktatie zijn. Wij vinden het belangrijk dat de eetbare traktaties zo gezond mogelijk zijn.

We vragen ouders dan ook om producten uit de Schijf van Vijf te gebruiken in een portiegrootte die past bij de leeftijd. Voor traktatie-ideeën adviseren wij de traktaties op de website www.voedingscentrum.nl/trakteren.

Gebruik maken van een extra dag of een dag ruilen

In principe komen kinderen op vaste dagen naar Flowerkids. Dit komt de stabiliteit van de groepen, het zich veilig voelen van kinderen en daarmee de pedagogische kwaliteit van de opvang ten goede. Het kan echter voorkomen dat de ouder op een andere dag dan de vaste opvang dag opvang nodig heeft. Mocht een ouder een kind binnen het gestelde termijn hebben afgemeld dan bouwt de ouder een tegoed op voor het betreffende kind. Klantgerichtheid is voor ons heel belangrijk. Wij zouden graag op iedere ruil of extra aanvraag 'ja 'willen zeggen, echter zijn wij verbonden aan een strikte regelgeving. Het tegoed kan daarom alleen ingezet worden mits er plek is op de groep. Dit is uitsluitend ter beoordeling van Flowerkids.
Het inzetten van gemiste uren is een service en geen recht.
In de aanvullende voorwaarden is onze de werkwijze beschreven. De aanvullende voorwaarden zijn op te vragen bij de hoofdbegeleid(ster) van de betreffende locatie.

Wennen

Wij vinden het belangrijk om het kind, de ouders en de pedagogisch medewerkers aan elkaar te laten wennen. Het is de basis voor een goede vertrouwensrelatie. Een goede start vormt een veilige basis voor het verdere verblijf op het kinderdagverblijf. Daarom hechten wij veel belang aan een zorgvuldige wenperiode. We proberen vooral in de beginperiode, thuis en het dagverblijf zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. Het kind moet wennen aan de pedagogisch medewerksters, aan de ruimte, de geluiden en aan de andere kinderen. De pedagogisch medewerkers moeten het kind leren kennen en zijn of haar gewoonten ontdekken en meemaken. Daarnaast vinden wij het van belang dat de ouder zich prettig voelt op ons dagverblijf zodat hij of zij met een gerust hart naar het werk gaat.

Wanneer de plaatsing definitief is, neemt een pedagogisch medewerker contact op met de ouder(s) voor een intakegesprek voor een nadere kennismaking. Er zal gestreefd worden om dit intakegesprek uiterlijk twee weken voor ingangsdatum van het contract te laten plaatsvinden. De ouder maakt kennis met de pedagogisch medewerkers van de groep en hoort alles over de gang van zaken op het kinderdagverblijf. De ouder vertelt van alles over het kind, over het voedingspatroon, slaapritme, knuffels, spenen en bijzondere gewoonten
Advies:
Eerste dag: gemiddeld 3 uur wennen
Tweede dag: gemiddeld 5 uur wennen
Derde dag: gemiddeld 7 uur wennen

Het wennen zelf zal altijd plaatsvinden binnen het plaatsingscontract.

Als het wennen goed verloopt, kan in overleg met ouders en pedagogisch medewerkers van de groep worden afgeweken van bovenstaand advies. Het is niet gezegd dat kinderen binnen deze periode helemaal gewend zijn. Soms hebben kinderen of ouders langer de tijd nodig. Het is belangrijk om volgens een vast ritueel afscheid te nemen van het kind, dat helpt het kind vertrouwen te krijgen en weet waar hij of zij aan toe is. Pedagogisch medewerkers overleggen met ouders hoe zij samen in een herkenbaar ritueel voor een kind kunnen voorzien.

Wennen op de buitenschoolse opvang (BSO)

Bij de start van het nieuwe schooljaar komen er ook veel nieuwe gezichten op de BSO. Voor deze kinderen is de BSO een nieuwe omgeving. Een goede start vormt een veilige basis voor het verdere verblijf op de BSO. Het wennen verloopt grotendeels volgens eenzelfde procedure als bij de start van een nieuw kind bij het kinderdagverblijf. Wij adviseren om het kind te laten wennen in zijn eigen tempo. Soms kunnen kinderen het meteen aan om een heel dagdeel te komen, maar er zijn ook kinderen die behoefte hebben aan een langzamere opbouw.
Advies:
1e dagdeel: ouder/verzorger brengt het kind naar de opvang 16:00 tot 17:00 uur.
2e dagdeel: ophalen uit school tot 17:00 uur.
Wij raden ouders aan om in de eerste weken waarin zowel school als de BSO nieuw is, niet te veel te plannen. Zo kan een kind bijkomen van de nieuwe omgeving en indrukken.

Wennen op een andere groep binnen hetzelfde kinderdagverblijf

Ook bij de overgang naar een andere groep binnen het dagverblijf, heeft Flowerkids een wenperiode vastgesteld. Kinderen stromen rondom de leeftijd van twee jaar door naar de volgende groep. Er is aandacht voor de geleidelijke overgang naar de volgende groep. Zo maakt het kind eerst een paar keer een uitstapje om de nieuwe groep te leren kennen en kennis te maken met de nieuwe groep en groepsgenootjes.

Door de tijd te nemen, hopen we dat de start voor zowel ouder(s) als kind op Flowerkids een plezierige ervaring is. Daarnaast willen wij zo een goede basis leggen voor een gevoel van vertrouwen en veiligheid. Door wendagen/tijden af te spreken, streven we ernaar dat een kind zich geleidelijk aan meer thuis kan gaan voelen op de groep.

Ziekte en medicijnen

Voor wat betreft het ziektebeleid hanteren wij over het algemeen de richtlijnen van de GGD Hollands Midden. Bij de vraag of een ziek kind het dagverblijf mag bezoeken of die dag mag blijven, is de mate waarin een kind zich ziek voelt de leidraad. De beoordeling hangt af van de mate waarin het kind mee kan doen aan groepsactiviteiten, de mate van extra zorg die het kind nodig heeft en eventueel besmettingsgevaar.

In het algemeen beoordeelt de groepsleiding ieder individueel ziektegeval. Bij koorts bellen wij de ouders vanaf 38 graden Celsius, zodat ouders er rekening mee kunnen houden later teruggebeld te worden. Vanaf 38.5 graden Celsius zullen wij de ouders inlichten en verzoeken het zieke kind op te komen halen. Een ziek kind is vaak het liefst in zijn/haar veilige thuisomgeving. We begrijpen dat het voor ouders niet altijd mogelijk is om een ziek kind direct op te halen, maar we streven naar een zo kort mogelijke ophaaltermijn. Indien alle beschikbare telefoonnummers geen gehoor geven, spreekt de pedagogisch medewerker de voicemail in als deze aan staat. Als er binnen 30 minuten niet is terug gebeld, probeert de medewerker nogmaals te bellen. Indien opnieuw geen gehoor wordt gevonden, wordt het noodnummer gebeld. Wij gaan ervan uit dat ouders zelf kunnen bepalen of het kind fit genoeg is om naar de opvang te komen. Kinderen mogen niet naar het dagverblijf gebracht worden als zij koortsverlagende middelen hebben gekregen (tenzij deze zijn voorgeschreven door een arts).

In het algemeen kan een kind niet naar de opvang komen wanneer:
1. Het kind zo ziek is dat het niet aan het normale dagprogramma kan meedoen. Het kind zal zich thuis beter op zijn of haar gemak voelen.
2. Het kind zoveel extra verzorging nodig heeft dat dit voor de pedagogisch medewerker niet uit te voeren is zonder de andere kinderen tekort te doen.


In deze situatie zal het kinderdagverblijf geen verantwoordelijkheid meer kunnen of willen dragen voor het kind en verplicht de ouder(s) om het kind op te halen; - Een kind is ziek als het koorts heeft, dat wil zeggen een temperatuur heeft van meer dan 38.5 °C of als het 2 of meer van de volgende verschijnselen vertoont en het kind toont zich ziek;
- een over het algemeen zieke indruk (huilerig, hangerig, prikkelbaar, suf);
- benauwdheid, hevige hoestbuien;
- vlekken, uitslag en of jeuk;
- pijn;
- herhaaldelijk overgeven;
- herhaaldelijk diarree;
- last van vaccinatie.

GGD
Bij constatering van een besmettelijke ziekte zal het kinderdagverblijf alle ouders op de hoogte stellen van mogelijk besmettingsgevaar. Bij ziekten als rode hond, bof, mazelen en waterpokken zullen extra maatregelen worden getroffen in verband met de mogelijke gevolgen van blootstelling tijdens zwangerschap. Ook is het kinderdagverblijf verplicht dergelijke ziektegevallen te melden bij de GGD.
Afwijkend ziektebeleid ten opzichte van GGD Diarree
Mag het kind naar het kinderdagverblijf komen? Alleen in het geval van bloederige diarree moet het kind in elk geval thuis blijven totdat bekend is waardoor de diarree veroorzaakt wordt. De pedagogisch medewerker zal een ouder bellen met het verzoek om het kind op te komen halen als de diarree binnen een half uur na de maaltijd verschijnt, waterdun is, en het de derde keer die dag is.
Hoofdluis
Mag het kind naar het kinderdagverblijf komen? Een kind met luizen mag naar het dagverblijf komen mits hij of zij dagelijks worden gekamd, voor minimaal 2 weken, volgens de kam-voorschriften van het RIVM. Ook mogen zij komen als er een behandeling wordt gevolg met een anti-hoofdluis middel in combinatie met kammen.
Krentenbaard
Mag het kind naar het kinderdagverblijf komen? Het kind moet behandeld worden met zalf of antibiotica om uitbreiding tegen te gaan. Bij een vierde melding van krentenbaard binnen het dagverblijf, voeren wij een verscherpt beleid vanwege het risico op besmetting van andere kinderen op het dagverblijf. In ons verscherpte beleid mag het kind weer komen 48 uur na start van de behandeling óf als de blaasjes zijn ingedroogd. Er mogen geen pleisters op de blaasjes worden geplakt. Ouders worden hier via een brief op de deur en via de mail over geïnformeerd.

Zetpil of andere koortsverlagende middelen

Een kind mag niet met een zetpil of andere koortsverlagende middelen naar de kinderopvang worden gebracht. Een zetpil onderdrukt de koorts, waardoor er een risico op een koortsstuip bestaat als de zetpil of het koortsverlagend middel is uitgewerkt. Dit kan zeer gevaarlijk zijn.

Medicijnen

Indien een kind medicijnen krijgt wel of niet op doktersadvies, zal de pedagogisch medewerker vragen om een medicijnformulier in te vullen. We hebben de handtekening van ouders en goedkeuring nodig om het kind (homeopathische) medicijnen toe te dienen. De pedagogisch medewerkers geven uitsluitend aspirine of paracetamol op doktersadvies ter pijnbestrijding.

Ouderportaal

Via de OuderApp ‘KOVnet’ hebben ouders toegang tot diverse documenten, inzicht in de kind planning, en de mogelijkheid om bijvoorbeeld dagen te ruilen/extra aanvragen. Daarnaast is er een mogelijkheid te communiceren met de medewerkers op de groep. De medewerkers van de groep kunnen de ouders ook een bericht sturen, bijvoorbeeld een dagrapportage en eventueel een foto. Gaat de ouder een overeenkomst aan met Flowerkids dan gaan wij ervanuit dat er gebruik maakt van deze app. De app zorgt voor een efficiëntere afhandeling van het administratieve proces. Indien een ouder geen gebruik wilt maken van de ouderapp rekenen wij € 10,-administratiekosten en handelingskosten per maand.

DutchEnglishFrenchGermanSpanish
Werken bij